Niemand begint met drinken of gebruiken van drugs om verslaafd te worden. Echt helemaal niemand. Ook ik niet… Op mijn 15e dronk ik mijn eerste biertje. Echt lekker vond ik het niet. Maar hé, drinken was oké. In die tijd zelfs op je 15e. Er waren nog geen wetten die het drinken voor de 18e verboden, en er was nog weinig bekend over de schadelijke gevolgen van alcohol op het puberbrein.

Het begon met alcohol

Mijn ouders waren stevige, sociale drinkers, ze hadden altijd wel een fles wijn op tafel bij het avond eten. Dus met hun meedrinken was de normaalste zaak van de wereld. Niemand die daar moeilijk over deed. Nu, anno 2018, bijna niet meer voor te stellen. In mijn familie werd vaak en veel gedronken. Er was altijd wel iets te vieren, en zo niet, dan toch wel het leven. Een etentje met de familie was, naast het eten, met name een drankgelag. Het werd pas echt gezellig als er na het diner nog een paar flessen opengetrokken werden en er tot in de late uurtjes doorgedronken, gefeest en /of gediscussieerd werd. Menig diner is geëindigd met een polonaise door de keuken, eenieder met een pan op zijn hoofd, meezingend op Andre Haze of Gloria Gaynor. Dat waren nog eens avonden, ik wist niet beter en genoot hier altijd met volle teugen van.

Elke sociale gelegenheid, elke festiviteit, elk “gezellig” moment werd opgeleukt of was pas gezellig als er gedronken werd. En ik vond het geweldig. Ik merkte al snel de voordelen die het nuttigen van enkele glazen drank mij gaven. Introvert, onzeker, verlegen en stil als ik was: dat verdween als sneeuw voor de zon, vaak al na 1 glas bier of wijn. Het was een medicijn wat voor mij zeer helpend was. Had ik eenmaal de alcohol in mijn bloed, dan ging ik zowaar praten, contact maken, gezellig meedoen. Ik bloeide dan helemaal op en kroop uit mijn schulp! Dat was toch zowaar helemaal te gek. En ook zo eenvoudig, hoefde er alleen maar wat voor te drinken.

Dit was dus vanuit mijn jeugd mijn referentie kader. Gezelligheid is drinken, sociaal zijn is drinken, zijn er problemen of moeilijke situaties, dan drink je, voel je je moe, onzeker of down, dan drink je. Drinken is oké, drinken is normaal, iedereen doet het dus jij ook. Ik herinner mij nog goed een voorval. We zaten op een terrasje, ik was jaar of 17/18 denk ik, en ik zat weer eens in mezelf gekeerd en stilletjes aan dat tafeltje. Mijn moeder zei: geef dat kind een biertje, dan wordt ze tenminste een beetje gezellig. Zal het nooit vergeten. En ik wist op dat moment dat ze gelijk had, zonder drank kon ik niet gezellig zijn. Zo bevestigde dit mijn idee: ik ben pas leuk en gezellig als ik drank op heb.

Drugs, medicijn tegen minderwaardigheidscomplex

Zo hielp de alcohol mij met het verdoezelen van mijn minderwaardigheidscomplex. Ik vond mezelf niet leuk, ik vond mezelf te dik, ik had steeds het gevoel dat ik er niet bijhoorde, dat ik anders was als de rest, ik had geen smaak met kleding, mijn zus was altijd leuker enzovoort…. Drinken verloste mij van dat gevoel, als ik dronk was alles oké en kon ik het leven aan.

Het leven met alcohol was nog te overzien. Het deed z’n werk en naast de verschrikkelijke katers die ik zo nu en dan door moest zien te komen, functioneerde ik naar behoren. Ik deed eindexamen op het gym en ging studeren in Amsterdam. Daar in de hoofdstad vond ik mijn middel en verkocht ik mijn ziel aan de duivel. Zo voelt dat nu, achteraf echt. De eerste kennismaking met XTC deed mijn wereldje op z’n grondvesten trillen. Een intense euforie, het geluksgevoel, ergens bijhoren, nachtenlang dansen, contact maken en liefde voelen voor mezelf en voor iedereen om mij heen op diep niveau: dit was waar ik altijd naar had gezocht. En het zou een niet verslavende party drug zijn, dus, wie deed mij wat?

Ik reageerde anders op de XTC als de mensen waarmee ik feestte. Nooit kon ik stoppen, ik telde de dagen af tot ik weer kon gebruiken. Voor mij oversteeg het effect van de MDMA de lekkere roes en de euforie, voor mij werd het een levensbehoefte. Met de drug snapte ik hoe het leven in elkaar zat, met de drug werd ik de persoon die ik altijd al had willen zijn. Met de drug creëerde ik een gevoel van verbonden zijn wat ik al die jaren had gemist. Ik voelde mij niet meer eenzaam en verloren, ik had een bestemming, ik was thuisgekomen.

Het zwarte gat en de depressie

Zo verbonden als ik mij voelde tijdens het gebruik, zo diep was het zwarte gat en de depressie na het gebruik. Weg euforie, weg zelfverzekerdheid, weg warmte. Wanhopig, depressief en eenzaam lag ik dan de hele dag in mijn bed. De coming down van XTC was altijd verschrikkelijk, dit was voor mij dan ook de reden om deze zo lang mogelijk uit te stellen. Waar mijn vrienden op gegeven moment wel wilden stoppen en wilden gaan slapen, daar wilde ik altijd nog door. Nee niet stoppen, ik wil meer, ik wil door, van mij mag het eeuwig duren. Op het moment dat ik bang werd dat de anderen er eventueel mee wilden stoppen voor die nacht, dan brak bij mij altijd de paniek al uit. Koortsachtig probeerde ik altijd iedereen aan de gang te houden. Door te zorgen voor nog meer pillen, door leuke muziek op te zetten, door goede gesprekken te voeren, maakt niet uit wat, als iedereen maar doorgaat! En ik niet alleen en eenzaam op de bank hoef te zitten. 

De verslaving had mij in z’n greep

 Zo zat ik, zonder het mij te beseffen, al gevangen, en had verslaving mij al in z’n greep. Toch schaarde ik dit alles nog steeds onder recreatief gebruik. Een verslaafde was een junk, die in Amsterdam rond het Centraal station hing, of haar lichaam verkocht op de Wallen. Niet ik, ik studeerde, kwam uit een goed milieu, was intelligent en hoogopgeleid, en gebruikte ook niet elke dag.

Echt ingewikkeld werd het pas toen ik de coke ontdekte. Ik woonde inmiddels in Bergen, samen met de man waar ik uiteindelijk mee zou trouwen en 2 kinderen zou krijgen. Mijn middel was mijn medicijn. Het was mijn levenselixer, mijn grote, trouwe vriend. Samen met hem kon ik het leven aan, en hoefde ik niet te voelen hoe mislukt ik was en hoe ik steeds dieper weggleed in mijn verslaving. Heel veel moest ik liegen en manipuleren om mijn gebruik in stand te houden en ook naar mezelf toe te rechtvaardigen. Lang hield ik het vol, dit dubbelleven: aan de ene kant schijnbaar gelukkig en had ik alles voor elkaar. Aan de andere kant gebruikte ik stiekem, en loog ik iedereen voor. Hoe ongelukkig en eenzaam ik was, dat wist ik alleen, en dat verdoofde ik dan weer met drank en drugs. 

Drugs biedt kunstmatig geluk

Even had ik dan voor mij een kunstmatig geluk gecreëerd. Voelde ik mij zelfverzekerd, happy en niet meer eenzaam. Maar hetzelfde middel dat mij de oplossing bood, maakte ook mijn gevoel van eenzaamheid en falen steeds groter. En dat resulteerde er dan weer in dat ik weer moest gebruiken om van dat gevoel af te komen. Zie hier de vicieuze cirkel waarin ik mezelf gevangen hield.

Het werd steeds moeilijker om de schijn op te houden. Liegen werd mijn tweede natuur en ik was chronisch moe en depressief. Het dubbelleven dat ik zo zorgvuldig in stand trachtte te houden, raakte eerst langzaam en toen steeds sneller uit balans. Ik raakte de controle over mijn leven en over mijn gebruik volledig kwijt. En het werd zichtbaar, voor mijn man, mijn vrienden en mijn familie. Zelf kon ik er ook niet meer omheen, ik had een probleem. Maar toen was het reeds te laat, ik was verslaafd.

Het tij keren

Vanaf dit punt heeft het nog jaren geduurd voordat ik echt herstel vond. Jaren waarin ik veel ben kwijtgeraakt, mijn huwelijk, paar keer mijn baan, heel veel geld, mijn gezondheid, mijn eigenwaarde en bijna mijn kinderen. Wat onschuldig begon met een drankje en later een pilletje, eindigde in een destructief pad wat mij bijna de afgrond in heeft geleid. Godzijdank heb ik de kracht gevonden om het tij te keren en herstel te pakken voordat het echt te laat was.

Malcare WordPress Security